|

Foto door Martin Bosker, Hengelo
Wiebe Renze van der Veen, geboren op de Dag van de Arbeid in 1967 in Aduard, een dorpje op een kilometer of zes ten westen van de stad Groningen (maar de stad komt steeds dichterbij). In lang vervlogen tijden was hier een groot Cisterciënzer klooster gevestigd. Vandaag is daarvan nog één gebouw over, in gebruik als kerk, met een vermaarde akoestiek.
Ik doorliep in Aduard de School met de Bijbel van Meester Folkerts, en later in ‘Stad’ het Willem Lodewijk Gymnasium. In 1985 ging ik in Enschede Elektrotechniek studeren. Een erg pittige studie, wel iets anders dan thuis op zolder wat knutselen met lichtorgels en illegale zendertjes. Zeven jaar deed ik erover, dankzij allerlei nevenactiviteiten; overigens niet veel langer dan de gemiddelde studieduur in die tijd. De stage aan het Institut de Microtechnique in Neuchâtel, Zwitserland, in 1991, was het hoogtepunt. Afgestudeerd in de hoek van de halfgeleiderfysica en analoge elektronica.
Mijn werk ligt sindsdien in een heel andere richting: ik ben actief in het communicatievak. Schrijven is altijd al een sterk punt geweest (een bèta met een talenknobbel, eigenlijk), ik ben me daarin verder gaan bekwamen en ook wat meer allround-voorlichter geworden: woordvoering, eind- en hoofdredactie van magazines, advisering, mediabegeleiding en organiseren van evenementen. Bij tijd en wijle behoorlijk hectisch, maar een erg leuke en gevarieerde baan. Mijn technisch-wetenschappelijke achtergrond komt vaak goed van pas, in gesprekken met exacte wetenschappers.
Sinds 2001 is er in mijn leven een bijzondere vrouw, Marijke, met wie ik samenwoon aan de mooie groene zuidrand van Enschede. Deze relatie heeft mijn leven erg verrijkt, en we steunen elkaar door dik en dun. We beleven mooie vakanties samen, we wandelen veel en genieten. Vanuit ons huis ben je in een paar minuten lopen de stad uit, en ook recreatiegebied Het Rutbeek is dichtbij.
De waarde van het leven krijgt diepgang als je de moeilijke kanten van het leven in ogenschouw neemt; in 1995 kreeg ik te maken met kanker en ook mentaal ben ik een aantal malen door diepe dalen gegaan. “…’t Het nog nooit, nog nooit zo donker west, of het wer’ altied wel weer licht”, zong de Groninger zanger Ede Staal. Meer dan tien jaar ‘schoon’, mag ik dat wel zeggen, hoewel de duisternis zich ook in die tien jaar nog geregeld liet zien; soms maandenlang.
Ik werd ziek in dezelfde tijd, en kreeg dezelfde ziekte als wielrenner Lance Armstrong, en had op dat moment een ijzersterke conditie. Veel op de racefiets gezeten, net een zware tocht gelopen in de Alpen met mijn Zwitserse wandelmaat Gilbert, en toen was er opeens de medische molen. Op dat peil heb ik mijn conditie sindsdien niet weer kunnen krijgen, maar het fietsen ben ik blijven doen, en de bergen heb ik ook meermaals weer opgezocht. In 2004 en 2007 deed ik mee aan de Ride for the Roses, een fietstocht van 100 km voor de kankerbestrijding. Ik heb me een aantal jaren ingespannen voor jongeren met kanker, als bestuurslid van de Stichting Jongeren en Kanker. We hebben onder meer een boekje met lotgenotenverhalen uitgegeven, getiteld ‘Zeg ‘ns K’ en talloze weekends georganiseerd.

In het winterseizoen train ik op de schaats, bij de Sport- en IJsvereniging Enschede. Een prachtige sport! Ik rijd op het trainingsuur van de hardrijders, dus soms voel ik me wel eens een krabbelaar tussen al die snelle jongens en meisjes. Na jaren getraind te hebben in De Scheg in Deventer – je zat langer in de auto dan je op het ijs stond – is er sinds oktober 2008 de IJsbaan Twente, een superbaan. Er was 40 jaar geruzie voor nodig, maar dan heb je ook wat.

Van andere hobby’s zoals schilderen vind je elders op deze site voorbeelden! |